Een bureaustoel lijkt een eenvoudige aankoop, maar wie een paar weken op de verkeerde stoel heeft gezeten, weet wel beter. Stijve schouders, een zeurende onderrug of benen die gaan tintelen zijn vaak signalen dat je stoel niet bij je lichaam past. Er bestaat geen stoel die voor iedereen ideaal is: wat voor een collega van 1,60 meter prima werkt, kan voor jou met 1,90 meter een ramp zijn.
In dit artikel lees je hoe je aan de hand van drie dingen een passende keuze maakt: je lichaamslengte, je zithouding en het aantal uren dat je per dag zit. Met die drie uitgangspunten kun je gerichter vergelijken en voorkom je dat je geld uitgeeft aan een stoel die er mooi uitziet, maar niet goed zit.
Begin bij je lichaamslengte
Je lengte bepaalt voor een groot deel welke stoel überhaupt in aanmerking komt. De meeste standaard bureaustoelen zijn ontworpen voor mensen tussen ongeveer 1,65 en 1,85 meter. Val je daarbuiten, dan loop je sneller tegen grenzen aan: de zitting gaat niet laag of hoog genoeg, de rugleuning eindigt op een onhandige plek of de armleuningen staan te ver uit elkaar.
Ben je kleiner, let dan vooral op een lage minimale zithoogte en een korte zitdiepte. Ben je lang, kijk dan naar een hoge gasveer, een diepe zitting en een rugleuning die hoog genoeg doorloopt om je bovenrug en eventueel je nek te ondersteunen. Veel fabrikanten bieden daarvoor speciale varianten of verwisselbare onderdelen aan.
Zithoogte en zitdiepte als basis
Een goede zithoogte herken je eenvoudig: je voeten staan plat op de grond en je knieën maken een hoek van ongeveer negentig graden. Je bovenbenen liggen dan ongeveer horizontaal. Moet je op je tenen staan of zakken je knieën juist boven je heupen uit, dan klopt de hoogte niet.
Zitdiepte wordt vaak vergeten, maar is minstens zo belangrijk. Tussen de voorkant van de zitting en je knieholtes hoort ruimte voor ongeveer twee à drie vingers. Is de zitting te diep, dan schuif je naar voren en verlies je het contact met de rugleuning. Is hij te kort, dan ondersteunt hij je bovenbenen onvoldoende. Een verschuifbare zitting lost dit voor de meeste lengtes op.
Kijk naar hoe jij zit
Niet iedereen zit hetzelfde. Sommige mensen leunen graag achterover tijdens het lezen of bellen, anderen zitten de hele dag rechtop over hun toetsenbord gebogen. Je stoel moet je gewoonten ondersteunen in plaats van ertegen te werken. Houd jezelf eens een dag in de gaten en let op deze punten:
- Leun je vaak achterover? Kies dan een synchroonmechanisme dat zitting en rugleuning samen laat meebewegen.
- Heb je last van je onderrug? Een verstelbare lendensteun maakt dan veel verschil.
- Werk je veel met muis en toetsenbord? Armleuningen die in hoogte en breedte verstellen ontlasten je schouders.
- Wiebel en draai je graag? Een stoel met dynamische zitting houdt je in beweging zonder dat je onderuitzakt.
Het aantal werkuren telt mee
Zit je maar een uur of twee per dag aan je bureau, bijvoorbeeld voor administratie thuis, dan kun je met een eenvoudiger model goed uit de voeten. Zolang de zithoogte instelbaar is en de rugleuning enige steun geeft, is dat vaak voldoende.
Werk je zes tot acht uur per dag op dezelfde plek, dan worden de eisen hoger. Dan wil je meerdere verstelmogelijkheden, stevig en ademend materiaal en een zitting die na een paar uur nog niet doorzakt. Wie hybride werkt, doet er goed aan om thuis en op kantoor een vergelijkbare opstelling te hebben, zodat je lichaam niet elke dag hoeft te wennen. Wil je verschillende modellen en kantoorinrichting naast elkaar zetten, dan vind je bij comparekantoor meer informatie over een prettige werkplek en hybride werken.
Bij lange werkdagen is ook de stoel alleen niet genoeg. Een bureau op de juiste hoogte, een scherm op ooghoogte en af en toe opstaan horen er net zo goed bij.
Proberen en goed afstellen
Een stoel kan op papier perfect zijn en toch niet lekker zitten. Probeer hem als het kan minstens tien minuten uit, in de houding waarin je normaal werkt. Neem eventueel je eigen laptop mee of doe alsof je typt, zodat je merkt hoe armleuningen en rugleuning aanvoelen.
Heb je een stoel gekozen, neem dan de tijd om hem goed in te stellen. Begin met de zithoogte, daarna de zitdiepte, vervolgens de lendensteun en tot slot de armleuningen en de weerstand van het kantelmechanisme. Controleer na een week of je nog klachten hebt en stel zo nodig opnieuw bij.
Een stoel die met je meewerkt
Wie zijn lengte, zithouding en werkuren als uitgangspunt neemt, maakt een veel bewustere keuze dan wie alleen naar uiterlijk of prijs kijkt. Een goed passende bureaustoel merk je na verloop van tijd juist niet meer op: je zit gewoon prettig, ook aan het eind van een lange werkdag. Dat is uiteindelijk het beste teken dat je de juiste hebt gevonden.
